De present perfect in het Engels: have/has + voltooid deelwoord
De present perfect verbindt het verleden met nu: je vormt hem met have of has plus het voltooid deelwoord. Gebruik hem voor een afgelopen actie met een resultaat in het heden — "I have lost my keys" betekent dat je sleutels nog steeds zoek zijn — of voor een ervaring zonder vast tijdstip, zoals "She has been to Japan". In vragen werkt het net zo: "Have you finished?" vraagt of de taak nu klaar is. Anders dan in het Nederlands, waar de voltooid tegenwoordige tijd ('ik heb gezien') losjes met losse tijdsbepalingen mag, botst de Engelse present perfect met een afgesloten tijdstip: niet "I have seen him yesterday" maar "I saw him yesterday".
Voorbeelden
- I have lost my keys. the keys are lost and still missing now
- She has been to Japan. she has the experience of visiting Japan
- Have you finished? asking if the task is now complete
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Zeg <t>I have seen him yesterday</t> en een native huivert. Bijna goed, maar één regel laat bijna elke leerling struikelen.
-
De <t>present perfect</t> verbindt het verleden met nu. Het is de tijd voor een vroegere handeling die nu nog telt. Zo bouw je hem.
-
Neem <t>have</t> of <t>has</t> en voeg het voltooid deelwoord toe. <t>I have</t>, <t>she has</t>, <t>they have</t>, dan de derde vorm: <t>lost</t>, <t>seen</t>, <t>finished</t>, <t>done</t>.
-
Hij heeft twee hoofdtaken. Een: een vroegere handeling met een gevolg dat je nu voelt. Twee: een ervaring ooit in je leven, zonder vaste tijd.
-
Begin met een gevolg in het heden. I have lost my keys. Het verliezen is voorbij, maar de sleutels zijn nu nog kwijt. Daarom <t>perfect</t>, niet <t>past simple</t>.
-
Zelfde idee hier. She has broken her arm. Het gebeurde vroeger, maar het gips zit er nu. Het gevolg in het heden telt.
-
Nu ervaring. Geen vaste tijd, gewoon ooit in een leven. She has been to Japan. We zeggen niet wanneer: het gaat erom dat ze de ervaring heeft.
-
Gebruik <t>ever</t> en <t>never</t> om naar ervaring te vragen. Have you ever eaten sushi? Het vraagt naar je hele leven tot nu, niet naar één dag.
-
En om te vragen of iets nu af is: Have you finished? Je vraagt naar het gevolg op dit moment: is het klaar?
-
De grote valkuil: de <t>present perfect</t> verdraagt geen afgeronde tijdsbepaling zoals <t>yesterday</t> of <t>last week</t>. Noem je een afgesloten verleden tijdstip, schakel dan over naar de <t>past simple</t>.
-
De andere valkuil is het deelwoord zelf. Het is niet de <t>past simple</t>. De derde vorm van <t>go</t> is <t>gone</t>, niet <t>went</t>. Leer die onregelmatige deelwoorden.
-
Vergelijk de twee tijden direct. I have finished my homework. <t>Perfect</t>: het is af en dat telt nu. De <t>past simple</t> zou het alleen in afgesloten tijd plaatsen.
-
Onthoud: <t>have</t> of <t>has</t> plus het voltooid deelwoord, voor een verleden dat het heden nog raakt, en laat afgeronde tijdwoorden weg.