Voorwaardelijke zinnen

De first conditional in het Engels: 'if' + present simple, 'will' + werkwoord

Niveau A2 Voorwaardelijke zinnen
Kerngedachte

De first conditional gebruik je in het Engels voor echte, waarschijnlijke situaties in de toekomst en hun gevolg: 'if' + present simple, daarna 'will' + de basisvorm van het werkwoord. Let goed op: na 'if' staat de tegenwoordige tijd, ook al gaat de zin over de toekomst. Kijk maar: "If it rains, we'll stay home." en "If you study, you'll pass." In het Nederlands zeg je hier 'als het regent', dus ook zonder toekomende tijd in de als-zin, terwijl je in het hoofdgedeelte juist wel 'zullen/gaan' kunt gebruiken. De grootste valkuil voor Nederlanders is 'will' in de if-zin zetten ('If it will rain, ...') - dat is fout; gebruik daar altijd de present simple.

Voorbeelden

  • If it rains, we'll stay home. rain (likely) leads to staying home
  • I'll call you if I'm late. a promise to call in case of lateness
  • If you study, you'll pass. studying will lead to passing

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. If it rains, we'll stay home.

    de eerste conditionalis

    If it rains, we'll stay home. Eén woord op de verkeerde plek en de zin valt uit elkaar. Dat lossen we nu voorgoed op.

  2. If + present simple, will + hele werkwoord.

    We gebruiken de eerste conditionalis voor een reële, waarschijnlijke toekomst: een voorwaarde nu en wat er gebeurt als die uitkomt. Dit is het patroon.

  3. Twee helften, twee tijden

    voorwaarde
    • if + tegenw. tijd
    • de situatie
    • If it rains,
    resultaat
    • will + hele werkw.
    • het gevolg
    • we'll stay home.

    Kijk naar de twee helften. Het <t>if</t>-deel blijft in de present simple, ook al wijst het naar de toekomst. Het resultaatdeel krijgt <t>will</t>. Dat verschil is de hele regel.

  4. If it rains, we'll stay home.

    tegenw. tijd, dan will

    Neem een waarschijnlijke toekomst. Het kan vandaag regenen, en als het regent, verandert het plan. If it rains, we'll stay home.

  5. I'll call you if I'm late.

    volgorde mag wisselen

    Ideaal voor beloften. De volgorde kan om: zet het resultaat eerst, dan laat je de komma weg. I'll call you if I'm late.

  6. If you study, you'll pass.

    reëel gevolg

    Ook voor oorzaak en gevolg: doe dit nu, en dat resultaat is waarschijnlijk. If you study, you'll pass.

  7. If you touch it, you'll get hurt.

    dreiging / waarschuwing

    En het vormt een scherpe waarschuwing, als het gevolg een echt gevaar is. If you touch it, you'll get hurt.

  8. If it will rain, we'll stay home. geen 'will' na 'if'
    If it rains, we'll stay home. tegenw. tijd na 'if'

    Na 'if' de present simple, nooit 'will'.

    Nu de grote valkuil. Zet geen <t>will</t> in het <t>if</t>-deel. Ook al gaat de hele zin over de toekomst, de <t>if</t>-zin blijft in de present simple. Alleen het resultaat krijgt <t>will</t>.

  9. we'll = we will. De ontkenning is won't.

    Nog een handig punt. De samentrekking <t>we'll</t>, <t>I'll</t>, <t>you'll</t> is gewoon verkort <t>will</t>. En <t>won't</t> is de ontkenning, voor wat niet gebeurt.

  10. Onthoud

    • If + tegenw. tijd, will + werkwoord
    • Nooit 'will' na 'if'
    • Voor een reële, waarschijnlijke toekomst

    Onthoud: voor een reële, waarschijnlijke toekomst houd je het <t>if</t>-deel in de tegenwoordige tijd en gebruik je <t>will</t> alleen in het resultaat.