Vragen en ontkenning

How much of how many in het Engels: wanneer gebruik je wat?

Niveau A1 Vragen en ontkenning
Kerngedachte

In het Engels hangt de keuze tussen 'how much' en 'how many' af van het soort zelfstandig naamwoord. Bij telbare dingen (meervoud) gebruik je 'how many': "How many people are coming?". Bij niet-telbare stoffen of begrippen gebruik je 'how much': "How much sugar do you want?". Let op: in het Nederlands zeggen we voor allebei gewoon 'hoeveel', dus daar voel je het verschil niet — in het Engels moet je je dus afvragen of je het zelfstandig naamwoord kunt tellen. 'How much' vraag je trouwens ook naar de prijs: "How much is this?".

Voorbeelden

  • How many people are coming? asking the number of people
  • How much sugar do you want? asking the amount of sugar
  • How much is this? asking the price

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. how much vs how many

    correct naar de hoeveelheid vragen

    Vraag <t>How much people are coming?</t> en elke Engelse moedertaalspreker hoort de fout meteen. Eén klein woordje verraadt je.

  2. 🔢

    how many = telbaar. how much = ontelbaar.

    Het goede nieuws: er zit één heldere regel achter. De keuze hangt er alleen van af of je het ding stuk voor stuk kunt tellen. Laten we het vastzetten.

  3. Welk soort zelfstandig naamwoord?

    telbaar → how many
    • one book, two books
    • people
    • apples
    • minutes
    ontelbaar → how much
    • water
    • money
    • sugar
    • time

    Telbare zelfstandige naamwoorden kun je in losse eenheden splitsen en van een getal voorzien: één boek, twee boeken, drie boeken. Ontelbare vormen een massa die je niet stuk voor stuk telt: water, geld, tijd. Die meet je, je telt ze niet.

  4. how many + meervoud · how much + enkelvoud

    Hier is het verraderlijke teken. Bij <t>how many</t> staat het zelfstandig naamwoord altijd in het meervoud: veel dingen. Bij <t>how much</t> blijft het enkelvoud, want je deelt het nooit op. Let op die uitgang.

  5. How many people are coming?

    telbaar → how many

    Begin met <t>people</t>. Je kunt ze tellen, dus is het <t>how many</t>, en let op het meervoud. How many people are coming?

  6. How many apples do you need?

    telbaar, meervoud

    Appels zijn ook telbaar: één appel, twee appels. Weer <t>how many</t>, meervoud. How many apples do you need?

  7. How much sugar do you want?

    ontelbaar → how much

    Schakel nu over op suiker. Suiker tel je in gewone spraak niet korrel voor korrel; het is een massa. Dus <t>how much</t>, en het woord blijft enkelvoud. How much sugar do you want?

  8. How much money do you have?

    geld is ontelbaar

    Geld is de klassieke ontelbare valkuil. Munten tel je, maar geld zelf is een massa, dus <t>how much</t>, nooit <t>how many</t>. How much money do you have?

  9. How much is this?

    prijs → how much

    En hier een heel handige. Om naar de prijs van iets te vragen, gebruikt het Engels <t>how much</t>: je vraagt eigenlijk hoeveel geld het kost. How much is this?

  10. How much people are coming? people is telbaar
    How many people are coming? telbaar → how many

    People kun je tellen, dus how many.

    Nu de fout die iedereen maakt. <t>People</t> is telbaar, dus <t>How much people</t> is fout: het moet <t>how many people</t> zijn. Stem het woord af op het zelfstandig naamwoord.

  11. How many water do you want? water is ontelbaar
    How much water do you want? ontelbaar → how much

    Water is een massa, dus how much.

    En de valkuil andersom. <t>Water</t> is een massa — hier kun je niet <t>two waters</t> zeggen —, dus <t>How many water</t> is fout. Het moet <t>how much water</t> zijn.

  12. Zelfde woord, allebei mogelijk

    how much time
    • de hoeveelheid
    • How much time is left?
    how many times
    • de keren
    • How many times did you call?

    Een korte nuance om natuurlijk te klinken. Een paar woorden wisselen naar betekenis. <t>Time</t> als hoeveelheid tijd is ontelbaar: <t>how much time</t>. Maar <t>times</t> als losse keren is telbaar: <t>how many times</t>. Zelfde woord, twee ideeën.

  13. Onthoud

    • Telbaar → how many + meervoud
    • Ontelbaar → how much + enkelvoud
    • Prijs → how much is …?

    Onthoud het zo. Kun je het stuk voor stuk tellen? Gebruik <t>how many</t> met een meervoud. Is het een massa of een prijs? Gebruik <t>how much</t> in enkelvoud.