Engelse relative clauses: who, which en that
Relative clauses (betrekkelijke bijzinnen) geven extra informatie over een zelfstandig naamwoord. Je gebruikt 'who' voor personen, 'which' voor dingen, 'that' voor beide, 'where' voor plaatsen en 'whose' voor bezit: "The woman who lives next door is a nurse" of "I read the book that you gave me". Let op: in het Nederlands zeg je 'die' of 'dat' voor zowel personen als dingen, maar het Engels maakt onderscheid tussen 'who' (mensen) en 'which' (dingen). Een veelgemaakte fout is om het onderwerp dubbel te noemen, zoals in het foute "The man who he called" — het betrekkelijk voornaamwoord vervangt het onderwerp al, dus die extra 'he' hoort er niet bij.
Voorbeelden
- The woman who lives next door is a nurse. describing the woman by what she does
- I read the book that you gave me. identifying which book
- This is the town where I grew up. describing the town by an event there
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
<t>The man who he called.</t> Klinkt bijna goed… maar het is fout. Laten we betrekkelijke bijzinnen voorgoed onder de knie krijgen.
-
Een betrekkelijke bijzin geeft extra info over een zelfstandig naamwoord. In plaats van twee korte zinnen vlecht je ze samen. Zo ga je vloeiend klinken.
-
De truc is het juiste verbindingswoord. <t>who</t> voor mensen, <t>which</t> voor dingen, en <t>that</t> voor allebei. Drie woorden, één simpele regel.
-
We beginnen met mensen. De bijzin komt direct na het naamwoord dat hij beschrijft. The woman who lives next door is a nurse.
-
Voor dingen gebruik je <t>which</t>, of <t>that</t>, dat klinkt wat informeler. I read the book that you gave me.
-
Voor plaatsen is er een apart woord: <t>where</t>. Het vervangt het stroeve <t>in which</t>. This is the town where I grew up.
-
En voor bezit, als iets bij het naamwoord hoort, gebruik je <t>whose</t>. That's the boy whose dog ran away.
-
Nu de meestgemaakte fout. Het betrekkelijke woord is al het onderwerp, dus zet er geen tweede voornaamwoord achter. Niet <t>the man who he called</t>. Maar <t>the man who called</t>.
-
Fout nummer twee: het verkeerde woord bij het naamwoord. Mensen krijgen <t>who</t>, niet <t>which</t>. Dingen krijgen <t>which</t>, niet <t>who</t>. En <t>that</t> past bij allebei als je twijfelt.
-
Dus: <t>who</t> voor mensen, <t>which</t> voor dingen, <t>that</t> voor allebei, <t>where</t> voor plaatsen, <t>whose</t> voor bezit, en verdubbel nooit het onderwerp.